Sommige vrouwen hebben het allemaal. Emily Haines bijvoorbeeld. Een uiterlijk waarvoor de dikke Van Dale en de Oxford Dictionary respectievelijk woorden als 'bloedmooi' en 'stunningly gorgeous' bedachten, geadoreerd worden door ondergetekende (wat zeg ik: aanbid! verafgood!) én fijne muziek maken. Solo gaat ze de intimistische tour op, maar bij Metric (****) mag het volop zomeren. Voor hun set op de Main Stage koos de band voluit voor songs uit hun nieuwste en uitstekende plaat 'Fantasies' met het grootse 'Stadium Love' als apotheose. Ah ja, Chokri, volgende keer een paar uur later in de Marquee, alsjeblieft, als je mijn vriend wil blijven.
Fight Like Apes (**1/2) heeft een nummer over Céline Dion, iets wat zo oncool is dat het weer cool wordt. Zoiets als Eddy Wally. De fel behaarde toetsenist/gek/aapmens is een reuzegroot bewijs dat de evolutietheorie van Charles Darwin geen verzinsel is. Eat that, bible belt katholieken!
A Place to Bury Strangers (**1/2) overstuurt net als My Bloody Valentine gitaren zo hard dat ze klinken als alles behalve gitaren. Achtereenvolgens hoorde ik straaljagers, stofzuigers en drilboren van straatwerkers. Andere gelijkenis met de Marquee headliners van een dag eerder: ze durven hun versterkers al eens op tien zetten. Het niveau van hun grote voorbeelden haalt de 'luidste band van New York' echter nog niet.
Niet Betina Geysen, Bert Anciaux of Mieke Vogels, maar Andy Falkous is de toekomst van links. Met zijn band Future of the Left (****) maakt de angry not so young man noisy rock 'n' roll die zo recht door zee gaat dat Moses jaloers zou zijn. Ook op de tweede plaat van de Welshe band regent het weer oneliners. Onze favoriet komt echter van debuut 'Curses': Woody was a wizard / Janie was an elf / And when they got together / They only ate sausage - sausage on a stick. Live komt het zootje ongeregeld het best voor de dag wanneer Falkous zijn gitaar inruilt voor het gestoorde orgeltje.
Glasvegas (***) een echte festivalband noemen is een understatement van het genre 'Tom Boonen kan snel met een fiets rijden'. De bombastische noise pop van de Schotten past op een festival als een koe in een frisse alpenwei. Glasvegas heeft echter nog niet voldoende topnummers om al een uur te boeien. Songs als 'Daddy's Gone', 'Geraldine' en 'It's My Own Cheating Heart That Makes Me Cry' behoren duidelijk wel tot die categorie en als de Glaswegians op hun volgende albums nummers van dat niveau blijven schrijven, zie ik niet in waarom ze in de toekomst geen waardige Main Stage headliners kunnen worden.
Na een flardje The Ting Tings (een jaar eerder nog uitstekend in de Club), die met z'n tweeën een beetje verzopen op het grote Main Stage podium, kreeg de Marquee hét absolute hoogtepunt van deze Pukkelpop te zien: Vampire Weekend (*****). De universiteitsjongens uit New York kregen met hun vrolijk zomerse indie pop mezelf en met mij de rest van het enthousiaste publiek vlotjes aan het dansen. De set was perfect opgebouwd - met ook enkele uitstekende nieuwe nummers - en bulkte van de hoogtepunten: 'Mansard Roof', 'A-Punk', 'Walcott' en ga zo maar door. U merkt het beste lezertjes: uw dienaar was onder de indruk. Met 'One (Blake's Got A New Face)' zetten de heren de indrukwekkende kroon op het indrukwekkende werk. Omdat ook journalisten soms adjectieven te kort komen.
Fever Ray (****) maakt op plaat donkere en bezwerende muziek, maar live is het vrouwelijk gedeelte van The Knife pas echt een Ervaring. Wanneer je de donkere figuren tussen oplichtende lampenkappen ziet verschijnen en ze ziet zwaaien met een stokvormig relikwie, denk je dat je aanbeland bent in een sacrale viering van een of andere obscure sekte. Wondermooi, op een bevreemdende manier.
Over Crystal Antlers ga ik niets zeggen, wegens te weinig van opgevangen omdat ik praktisch in slaap viel van vermoeidheid. Behalve dan dit: de percussionist van deze psychedelische punkers kan hevig op een trommel kloppen. Over naar de Club voor Blood Red Shoes (***1/2) dan maar. Het Brits duo won sinds de verpletterende doortocht vorig jaar alleen maar aan populariteit in ons landje en kent qua intensiteit nauwelijks haar gelijke. Toch was ik vorig jaar meer onder de indruk van deze mooie mensen. Het eenmalig in-your-face-motherfuckereffect was natuurlijk weg, en het evenwicht tussen oude en nieuwe nummers helde misschien iets te veel over in het voordeel van het laatste. Van een wereldsong als 'I Wish I Was Someone Better', met die ronduit onweerstaanbare 'oo-oo-ooohs' van Laura-Mary Carter, zal ik echter niet snel genoeg krijgen.
En zo kwam ook aan de tweede Pukkelpopdag (****) een einde en zitten we over de helft van het festival. Of om het met een boutade te zeggen: wat vliegt de tijd! Stay tuned (om het eens op een erg marginale JIM-tv-achtige manier uit te drukken) voor het derde deel van het ultieme Pukkelpopverslag.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten