maandag 31 augustus 2009

nieuwe albums The Fiery Furnaces en The Dodos

Wanneer er in de muziekwereld een broer-zusduo ten tonele verschijnt, is het voor het verzamelde journaille haast een verplichting om de vergelijking te maken met The White Stripes. Gelukkig hebben wij onze perskaart (nog) niet op zak en hoeven wij geen rekening te houden met dat soort ongeschreven regels. Wisten jullie, liefste jongens en meisjes en Zuid-Afrikaanse hermafrodietjes, trouwens dat de praeteritio onze favoriete stijlfiguur is? (tip: Wikipedia is je vriend!) (meer lezen: Indiestyle)


Mensen die het kunnen weten, noemen het tweede album van een band steevast het moeilijkste. Geen idee of het klopt, maar The Dodos hebben dat cliché op hun tweede plaat ‘Time To Die’ wel heel erg letterlijk genomen. Na een luisterbeurt of twee zaten we immers met de handen in het haar. Niets van dat hoge in-your-facegehalte dat debuut ‘Visiter’ zo instant beluisterbaar maakte. (meer lezen: Indiestyle)

pukkelpop, dag 2

Sommige vrouwen hebben het allemaal. Emily Haines bijvoorbeeld. Een uiterlijk waarvoor de dikke Van Dale en de Oxford Dictionary respectievelijk woorden als 'bloedmooi' en 'stunningly gorgeous' bedachten, geadoreerd worden door ondergetekende (wat zeg ik: aanbid! verafgood!) én fijne muziek maken. Solo gaat ze de intimistische tour op, maar bij Metric (****) mag het volop zomeren. Voor hun set op de Main Stage koos de band voluit voor songs uit hun nieuwste en uitstekende plaat 'Fantasies' met het grootse 'Stadium Love' als apotheose. Ah ja, Chokri, volgende keer een paar uur later in de Marquee, alsjeblieft, als je mijn vriend wil blijven.

Fight Like Apes (**1/2) heeft een nummer over Céline Dion, iets wat zo oncool is dat het weer cool wordt. Zoiets als Eddy Wally. De fel behaarde toetsenist/gek/aapmens is een reuzegroot bewijs dat de evolutietheorie van Charles Darwin geen verzinsel is. Eat that, bible belt katholieken!

A Place to Bury Strangers (**1/2) overstuurt net als My Bloody Valentine gitaren zo hard dat ze klinken als alles behalve gitaren. Achtereenvolgens hoorde ik straaljagers, stofzuigers en drilboren van straatwerkers. Andere gelijkenis met de Marquee headliners van een dag eerder: ze durven hun versterkers al eens op tien zetten. Het niveau van hun grote voorbeelden haalt de 'luidste band van New York' echter nog niet.

Niet Betina Geysen, Bert Anciaux of Mieke Vogels, maar Andy Falkous is de toekomst van links. Met zijn band Future of the Left (****) maakt de angry not so young man noisy rock 'n' roll die zo recht door zee gaat dat Moses jaloers zou zijn. Ook op de tweede plaat van de Welshe band regent het weer oneliners. Onze favoriet komt echter van debuut 'Curses': Woody was a wizard / Janie was an elf / And when they got together / They only ate sausage - sausage on a stick. Live komt het zootje ongeregeld het best voor de dag wanneer Falkous zijn gitaar inruilt voor het gestoorde orgeltje.

Glasvegas (***) een echte festivalband noemen is een understatement van het genre 'Tom Boonen kan snel met een fiets rijden'. De bombastische noise pop van de Schotten past op een festival als een koe in een frisse alpenwei. Glasvegas heeft echter nog niet voldoende topnummers om al een uur te boeien. Songs als 'Daddy's Gone', 'Geraldine' en 'It's My Own Cheating Heart That Makes Me Cry' behoren duidelijk wel tot die categorie en als de Glaswegians op hun volgende albums nummers van dat niveau blijven schrijven, zie ik niet in waarom ze in de toekomst geen waardige Main Stage headliners kunnen worden.

Na een flardje The Ting Tings (een jaar eerder nog uitstekend in de Club), die met z'n tweeën een beetje verzopen op het grote Main Stage podium, kreeg de Marquee hét absolute hoogtepunt van deze Pukkelpop te zien: Vampire Weekend (*****). De universiteitsjongens uit New York kregen met hun vrolijk zomerse indie pop mezelf en met mij de rest van het enthousiaste publiek vlotjes aan het dansen. De set was perfect opgebouwd - met ook enkele uitstekende nieuwe nummers - en bulkte van de hoogtepunten: 'Mansard Roof', 'A-Punk', 'Walcott' en ga zo maar door. U merkt het beste lezertjes: uw dienaar was onder de indruk. Met 'One (Blake's Got A New Face)' zetten de heren de indrukwekkende kroon op het indrukwekkende werk. Omdat ook journalisten soms adjectieven te kort komen.

Fever Ray (****) maakt op plaat donkere en bezwerende muziek, maar live is het vrouwelijk gedeelte van The Knife pas echt een Ervaring. Wanneer je de donkere figuren tussen oplichtende lampenkappen ziet verschijnen en ze ziet zwaaien met een stokvormig relikwie, denk je dat je aanbeland bent in een sacrale viering van een of andere obscure sekte. Wondermooi, op een bevreemdende manier.

Over Crystal Antlers ga ik niets zeggen, wegens te weinig van opgevangen omdat ik praktisch in slaap viel van vermoeidheid. Behalve dan dit: de percussionist van deze psychedelische punkers kan hevig op een trommel kloppen. Over naar de Club voor Blood Red Shoes (***1/2) dan maar. Het Brits duo won sinds de verpletterende doortocht vorig jaar alleen maar aan populariteit in ons landje en kent qua intensiteit nauwelijks haar gelijke. Toch was ik vorig jaar meer onder de indruk van deze mooie mensen. Het eenmalig in-your-face-motherfuckereffect was natuurlijk weg, en het evenwicht tussen oude en nieuwe nummers helde misschien iets te veel over in het voordeel van het laatste. Van een wereldsong als 'I Wish I Was Someone Better', met die ronduit onweerstaanbare 'oo-oo-ooohs' van Laura-Mary Carter, zal ik echter niet snel genoeg krijgen.

En zo kwam ook aan de tweede Pukkelpopdag (****) een einde en zitten we over de helft van het festival. Of om het met een boutade te zeggen: wat vliegt de tijd! Stay tuned (om het eens op een erg marginale JIM-tv-achtige manier uit te drukken) voor het derde deel van het ultieme Pukkelpopverslag.

zaterdag 29 augustus 2009

pukkelpop, dag 1

Mijn luiheid heeft me ervan weerhouden om snel verslag uit te brengen van Pukkelpop, hét alternatieve muziekfestival van België (het blikje met clichés is opengetrokken, jawel!) Mensen met veel geduld en weinig sociaal leven kan ik echter blij maken: het ultieme verslag zal snel aan je ge-openbaard worden. En wel nu en hieronder!

Howling Bells (***) werd van de middelmatigheid gered door frontvrouw Juanita Stein, een meisje dat tegelijkertijd schattigheid en seks (die wulpse heupbewegingen!) uitstraalt. Je moet het zien om het te geloven. Hun nieuwste album mag dan door de ganse muziekpers beschoten zijn als was het de Gazastrook, afsluiter 'Radio Wars' uit dat album - waarin Stein volledig loos gaat met twee stokjes en een trom - was het spannende hoogtepunt van een degelijke set.

Dat Bon Iver (***1/2) razend populair is in België was duidelijk te merken aan de tot in de nok gevulde Marquee. Het duidelijkst werd die populariteit in de verf gezet bij publiekslieveling 'Skinny Love', dat gsm's de lucht deed ingaan (belachelijk fenomeen vind ik dat trouwens: als de thuisblijvers iets wilden meepikken, hadden ze maar zelf moeten komen, de lazy fucks!) en werd meegekweeld alsof het een nationaal volkslied was. Het mooist vond ik echter 'The Wolves (Act I and II)' waarin Justin Vernon ook al een beroep deed op de verzamelde zangkwaliteiten van de aanhoorders.

Port O'Brien (***) is een bende moderne hippies en dat hoor je ook aan hun muziek. Die was gedurende het overgrote deel van de set echter net iets té vrijblijvend om voluit te beklijven. De fantastische afsluiter 'I Woke Up Today', in een rechtvaardige wereld een geheide zomerhit, maakte echter veel goed.

Dizzee Rascal bouwde daarna een dik feestje in de Marquee (eerdergenoemd blik is nog niet leeg), maar ik trok al richting Chateau voor de verstilde pracht van Soap & Skin (***1/2). Met enkel haar virtuoze pianospel, af en toe een flard electronica en haar prachtige, prachtige, prachtige stem brak de jonge Oostenrijkse hartjes. Wanneer Soap & Skin uitpakt met haar krachtige vocale uithalen is het moeilijk om niet aan vroege Cat Power te denken, maar erg vind ik dat niet zolang er elke keer een rilling over mijn ruggengraat danst.

Ondertussen deinsde de meest ondraaglijke hitte stilaan weg, maar dat wilde niet zeggen dat het zweet van mijn lichaam zou verdwijnen. Daar zorgde La Roux (****) wel voor met frisse electropop. Met 'In For the Kill', 'Tigerlily', 'Quicksand' en 'Bulletproof' heeft het duo al minstens vier wereldnummers bijeengepend en het hoeft geen verbazing te wekken dat vooral dat laatste wellicht het meest meegebrulde nummer van het weekend was.

Terwijl de Apocalyps over de festivalweide neerdaalde en quasi-iedereen dekking zocht bij de surprise act Them Crooked Vultures, stond ik te genieten van het New Yorkse Grizzly Bear (****). Wegdromen was het bij de harmonieuze indie pop, die referenties naar schoon volk als Yeasayer en Fleet Foxes oproept.

Beirut (****1/2) slaagde erin om gedurende een uur een brede oerglimlach op mijn gezicht te toveren. Het ene vrolijke folkliedje volgde het andere gipsywalsje op met een gemak waarmee Fabian Cancellara tijdritten wint. Oh ja, als ik ooit trouw - de wonderen zijn de wereld nog niet uit, nietwaar? - mag Zach Condon met zijn gevolg het feest komen opluisteren. Nu nog een rijk lief vinden!

Voor My Bloody Valentine (***) had ik mij speciaal een koppel oordopjes aangeschaft en dat bleek al snel geen overbodige luxe. Vanaf de eerste noten van 'I Only Said' tot de laatste dreunen van de overdreven luide (zelfs met oordopjes!) en langerekte afsluiter 'You Made Me Realize' speelden de Ieren een erg wisselvallige set. Geniaal bij momenten, even vaak repetitief en slaapverwekkend (al lijkt slapen niet echt evident bij dat kabaal).

Zo kwam de eerste, tropische festivaldag (****) aan z'n einde, al is het adagium van New York City ook van toepassing op Pukkelpop: echt slapen doet dat festival nooit.

zondag 9 augustus 2009

louder than sirens. louder than bells. sweeter than heaven. and hotter than hell.

Florence and the Machine is probably the best thing to happen to pop music in years. I also love how she's totally wild and foxy (those legs!)


Hey, this is my second blogpost of the day. That's more in one day than in most months! Maybe my blog writing block is over.

the joys of Southampton gigs

I just discovered there's an indie venue a ten minute walk away from my Southampton home. Bliss! Bliss! Bliss! Makes me want to jump on tables and do side-kicks out of pure joy. Happiness won me over. The upcoming event list for the fall looks totally awesome (Slow Club, Future of the Left, Los Campesinos!) and the ticket prices are reasonable (less than 10 pounds). That's all.

If you want to celebrate with me, dance to this song: